Uitgelicht

Boeken extra onder de aandacht!

 Deze keer geven we een voorproefje van het boek 'Mijn jaren met Jezus' van Age Romkes.

 

Mijn jaren met Jezus

Het verhaal van zijn geliefde leerling

 

Het evangelie en de brieven van Johannes opnieuw verteld

met overdenkingspunten en gespreksvragen voor de bijbelkring

Age Romkes

Buijten & Schipperheijn Motief

EAN 9789463691024

 

 

4.    Een open hemel

        Johannes 1:35-52

Het was een opwindende week. Want weer een dag later wees Johannes Jezus opnieuw aan en herhaalde: ‘Kijk, het lam van God.’ Toen zijn Andreas en ik volgeling van Jezus geworden. Die leek de boot eerst wat af te houden. ‘Zoeken jullie iets?’ zei hij. Maar later nodigde hij ons toch uit bij hem thuis. Ik weet het nog goed, het was rond een uur of tien ’s ochtends. Die hele dag zijn we verder bij Hem gebleven.

Andreas haalde ook zijn broer Simon op. ‘We hebben de Messias gevonden’, zei hij, ‘de Christus’. Hij bracht hem bij Jezus. En toen gebeurde er iets wonderlijks. Jezus hoefde hem maar aan te kijken of hij zei: ‘Ha, jij bent Simon, de zoon van Jona. Ik geef je een nieuwe naam: Rots.’ In onze eigen taal heette hij vanaf toen Kefas. Vertaald in het Grieks is dat Petrus. Simon Petrus, de rots. Inderdaad was het een man op wie je kon bouwen. Al is hij ook een keer gruwelijk de mist in gegaan. Daar vertel ik een andere keer nog wel over.

De dag daarna besloot Jezus naar het noorden van Israël te gaan, naar Galilea, waar wij vandaan kwamen. Wij gingen met hem mee. Daar ontmoette Hij Filippus, een plaatsgenoot van Andreas en Petrus. Ze kwamen uit Betsaïda, dat betekent ‘vissersdorp’, al was het inmiddels uitgegroeid tot een flinke stad. Het ligt aan de noordkant van het meer van Galilea. Jezus nodigde Filippus uit om zijn discipel, zijn leerling te worden. Die wilde op zijn beurt ook Natanaël erbij betrekken. ‘We hebben degene gevonden over wie Mozes en de profeten geschreven hebben. Het is Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’ Natanaël was niet onder de indruk. ‘Nazaret? Daar heb ik geen hoge pet van op. Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Maar Filippus liet zich niet uit het veld slaan: ‘Kom nou maar mee, dan zie je het zelf wel’, zei hij.

En toen gebeurde het weer. Nauwelijks zag Jezus hem of hij zei: ‘Kijk, dat is nou een echte Israëliet. Een man zonder bedrog.’ Iedereen grinnikte. We begrepen wel dat Jezus zinspeelde op de naamsverandering van aartsvader Jakob. Zijn naam betekende immers zoiets als ‘bedrieger’a. Maar God gaf hem een nieuwe naam: Israël. Dat betekent ‘strijder met of van God’b. Natanaël was stomverbaasd. ‘Hoe kent u mij?’, vroeg hij. En Jezus zei: ‘Ik zag wel hoe je stille tijd hield, in de schaduw van de vijgenboom, voor Filippus naar je toe kwam.’ Die woorden sloegen in als een bom. ‘Meester, dan moet u wel de Zoon van God zijn, de Koning van Israël.’ Als hij dan een echte Israëliet was, een strijder voor God, dan was dit zijn legeraanvoerder, zijn koning.

Jezus moest er een beetje om lachen. ‘Nou, jij bent gauw onder de indruk’, zei hij, ‘Ik heb alleen nog maar gezegd dat ik je zag zitten onder de vijgenboom en nou geloof je al? Je zult nog wel grotere dingen meemaken. Amen, amen, vanaf vandaag zullen jullie een open hemel zien en engelen van God die opklimmen en neerdalen op de Mensenzoon.’ Zo noemde Jezus zichzelf meestal, ‘Mensenzoon’.c Toen werden we stil. We begrepen wel dat het weer over Jakob ging. Die had immers op zijn reis naar Haran hetzelfde gezien, engelen die heen en weer gingen naar de hemel. De plaats waar dat gebeurd was, noemde hij Betel, huis van God: ‘Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het huis van God en de poort van de hemel.’d Maar waarom betrok Jezus deze gebeurtenis op zichzelf? En waarom noemde Hij zichzelf Mensenzoon? Bedoelde hij dat voortaan het contact met de hemel via hem zou lopen? Dat riep bij ons allerlei vragen op. De relatie met God in de hemel werd toch hersteld door de offers in de tempel in Jeruzalem. Dat was toch het huis van God voor ons? Maar wacht, als Jezus het ware offerlam is, zoals Johannes de Doper zei, dan is hij misschien inderdaad de weg terug naar God voor ons. Dan is hij voor ons de poort van de hemel. ‘Als hij degene is die ons weer bij God brengt, wat moeten we dan nog met offers en een tempel in Jeruzalem?’, vroegen wij ons af.

Nou, je begrijpt, het waren enerverende dagen. We ontdekten ontzettend veel over Jezus. Maar de vragen gonsden ook als vliegen om ons hoofd. We waren aan een groot avontuur begonnen, achter rabbi Jezus aan, maar we moesten nog veel leren. Waar zou dit op uitlopen?

 

a. Genesis 27:36 | b. Genesis 32:28 | c. Zie Daniël 7:13v | d. Genesis 28:17

 

1.  Wij kunnen niet zoals de eerste discipelen letterlijk Jezus volgen en bij Hem in de leer gaan. Toch kunnen we ons wel in een bepaalde periode van ons leven in het bijzonder op Hem richten en voeding zoeken voor ons geestelijke leven. Heb jij wel eens zo’n sabbatical overwogen?

2.  Ook kunnen we ons dagelijks door te bidden en de Bijbel te lezen door Hem laten vormen. Wanneer en hoe doe jij dat? En we kunnen Hem in de praktijk van ons leven navolgen. Wat betekent dat voor jouw gedrag en de keuzes die je maakt?

3.  Wat leer je uit dit hoofdstuk allemaal over Jezus?

Naar boven